ABRvS 1 augustus 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AB3114
Niet de rechtbank maar het College van Beroep voor het bedrijfsleven is bevoegd om kennis te nemen van beroepen tegen besluiten op grond van een subsidieregeling die berust op de artikelen 15 en 19 Landbouwwet. Aanvraag van Stichting Het Drentse Landschap om subsidie in het kader van de Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen (verder: de regeling) afgewezen. Rechtbank Assen achtte zich bevoegd en heeft het beroep gegrond verklaard. Afdeling: De regeling berust op de artikelen 15 en 19 Landbouwwet, die de bevoegdheid tot het vaststellen van deze subsidieregeling aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij toekennen. Nu art. 46 Landbouwwet voorziet in een bijzondere regeling voor de bevoegdheid met betrekking tot het beroep tegen op grond van voormelde wetsartikelen genomen besluiten, gaat die regeling vóór de algemene regeling met betrekking tot het beroep tegen besluiten die gebaseerd zijn op de Kaderwet LNV-subsidies. Dientengevolge is het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) bevoegd van het beroep kennis te nemen. Gelet op art. 8:6, eerste lid Awb was de rechtbank niet bevoegd; het beroepschrift had moeten worden doorgezonden aan het CBb. Gegrond hoger beroep. Hoger beroep van rechtbank Assen d.d. 31 juli 2000, ECLI:NL:RBASS:2000:AA7313. De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, appellant. mr. E. Korthals Altes, dr. E.M.H. Hirsch Ballin, mr. P.A. Offers Awb 8:6.1 Landbouwwet 13.1, 15, 19.1, 46 Kaderwet LNV-subsidies 2 Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen
De uitspraak op rechtspraak.nl