ABRvS 31 mei 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AB2265

Planvoorschrift onverbindend; bevat niet een uit oogpunt van rechtszekerheid voldoende objectieve begrenzing van de vrijstellingsbevoegdheid. Strijd met art. 15.1.a WRO. Vrijstelling (binnenplans als bedoeld in bijlage I onder 4) voor het verstrekken van niet-alcoholhoudende dranken op nader aangegeven perceel. Op het perceel rust de bestemming "Gemengde bebouwing". Ingevolge art. 2.1 planvoorschriften geldt voor deze gronden hetgeen is opgenomen in bijlage I van de planvoorschriften. In deze bijlage is onder meer onder 4 bepaald dat de gronden zijn bestemd voor horecabedrijven, met dien verstande dat cafébedrijven en cafeteriabedrijven alleen zijn toegestaan voor zover dit blijkt uit de op de plankaart aangegeven aanduiding; burgemeester en wethouders zijn bevoegd hiervan vrijstelling te verlenen voor een cafébedrijf of cafeteriabedrijf buiten de op de plankaart aangegeven aanduiding. De ABRS is van oordeel dat de in een bestemmingsplan vervatte regelen, die de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling openen of nader regelen, uit het oogpunt van rechtszekerheid een voldoende objectieve (kwantitatieve en kwalitatieve) begrenzing van deze bevoegdheid moet inhouden. Aan dit vereiste is in casu niet voldaan. In de in bijlage I, onder 4, van de planvoorschriften opgenomen vrijstellingsbepaling is niet een zodanige begrenzing opgenomen. Voormelde bepaling mist dan ook, wegens strijd met art. 15.1.a WRO, verbindende kracht. De rechtbank heeft dit in de aangevallen uitspraak niet onderkend. Burgemeester en wethouders van Almelo. mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen