ABRvS 3 mei 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AB1717

Verplichting milieu-effectrapport geldt in geval van vrijstelling voor bouwrijp maken van woningbouwgebied. Vrijstelling (19 WRO oud) voor bouwrijp maken van woningbouwgebied Oosterhout Midden alsmede vrijstelling (19 WRO oud) en bouwvergunning voor de bouw van 151 woningen op het perceel Woonpark Oosterhout. Het geldende bestemmingsplan staat in de weg zowel aan het bouwrijp maken van het woningbouwgebied als aan de bouw van de 151 woningen, zodat vrijstelling was vereist. Aan de daaraan in art. 19.1 WRO gestelde formele eisen was voldaan. Onder de in categorie 11 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit Milieueffectrapportage 1994 genoemde activiteit "bouw van woningen" moet mede worden begrepen het bouwrijp maken van gronden voor woningbouw. In aanmerking genomen verder dat het woningbouwgebied onderdeel vormt van een Vinex-locatie, waar vóór het jaar 2005 is voorzien in het realiseren van in totaal 6500 woningen, is de vrijstelling voor het bouwrijp maken van het woningbouwgebied het eerste ruimtelijk plan dat het mogelijk maakt te beginnen met de bouw van een zodanig aantal woningen dat er sprake is van een verplichting een milieu-effectrapport op te stellen. Die verplichting gold dan ook niet, zoals de president heeft overwogen, voor de vrijstelling voor de woningen, maar voor de vrijstelling voor het bouwrijp maken van het woninggebied. In het kader van de voorbereiding van de daarvoor in aanmerking komende vrijstelling is geen milieu-effectrapport opgesteld. Evenmin is een ontheffing van die verplichting krachtens art. 7.5 Wet Milieubeheer verleend. De door de betrokken Ministers op 15 maart 1996 verleende ontheffing had geen betrekking op deze vrijstelling, maar is verleend in het kader van het opstellen van het Structuurplan "Land over de Waal". In een eerdere uitspraak heeft de ABRS de verlening van die ontheffing zinledig geoordeeld, omdat voor het genoemde plan niet de verplichting bestond tot het opstellen van een milieu-effectrapport. Nu de ontheffing is aangevraagd noch verleend voor de hier ter toets staande vrijstelling heeft de president ten onrechte overwogen dat die daarvoor kon worden gebruikt. Dat in 1992 in opdracht van GS van Gelderland onverplicht een milieu-effectrapport is opgesteld, doet, anders dan B&W betogen, niet af aan de verplichting een milieu-effectrapport op te stellen. Indien, zoals zij stellen, niet te verwachten was dat een milieu-effectrapport nieuwe gegevens zou bevatten over mogelijke nadelige gevolgen van de woningbouw voor het milieu, hadden zij de betrokken ministers om ontheffing moeten vragen, hetgeen zij hebben nagelaten. Aan art. 7.16 Wet Milieubeheer komt daarbij ook niet de door B&W daaraan kennelijk gehechte betekenis toe dat zonder ontheffing de verplichting tot het opstellen van een milieu-effectrapport was komen te vervallen. De slotsom is dat B&W de vrijstelling voor het bouwrijp maken van het woningbouwgebied hebben verleend in strijd met art. 7.27.1 Wet Milieubeheer. Gelet daarop mochten zij evenmin de vrijstelling en bouwvergunning voor de 151 woningen verlenen. Burgemeester en wethouders van Nijmegen. mrs. R.W.L. Loeb, E.A. Alkema, E.M.H. Hirsch Ballin Wet op de Ruimtelijke Ordening 19 Wet milieubeheer 7.2, 7.5.1.b, 7.16, 7.27.1 Besluit Milieueffectrapportage 1994 2.1, categorie 11 van onderdeel C van de bijlage

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen