ABRvS 30 maart 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AB1245
Ook strafbare feiten, waarbij geen gebruik is gemaakt van een vuurwapen, kunnen een gegronde reden opleveren om te vrezen voor misbruik van de bevoegdheid om vuurwapens voorhanden te hebben. Intrekking jachtakte op de grond dat er gegronde redenen zijn om te vrezen dat betrokkene misbruik zal maken van zijn jachtakte dan wel van zijn wapens en munitie. Tegen betrokkene was proces-verbaal opgemaakt ter zake van overtreding van onder meer art. 242 WvSr (verkrachting). De Minister stelt terecht dat, nu de houder van een jachtakte zich wat betreft de bevoegdheid om vuurwapens voorhanden te hebben in een uitzonderingspositie bevindt ten opzichte van andere burgers aan wie dit niet is toegestaan, in hem het volledige vertrouwen moet kunnen worden gesteld dat hij zich aan de (wapen)wettelijke regels zal houden. Anders dan de rechtbank, meent de ABRS dat ook strafbare feiten, die in een door de politie opgemaakt proces-verbaal zijn neergelegd en waarvoor de betrokkene (nog) niet onherroepelijk is veroordeeld, een gegronde reden kunnen opleveren om te vrezen voor misbruik van de bevoegdheid vuurwapens voorhanden te hebben. Niet onjuist is voorts het standpunt van de Minister dat bij dergelijke strafbare feiten niet reeds sprake hoeft te zijn geweest van gebruik van een vuurwapen. De aard en ernst van deze strafbare gedragingen op zichzelf kunnen vrees voor misbruik doen ontstaan. Standpunt Minister terecht. De belangrijke rol die de jacht in het leven van betrokkene speelt, kan hieraan niet afdoen. Gegrond hoger beroep. De minister van Justitie, appellant. mr. A. Kosto
De uitspraak op rechtspraak.nl