ABRvS 29 januari 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AB0266
WRO laat geen ruimte voor honorering van een planschadeverzoek op grond van de gecumuleerde gevolgen van verschillende opeenvolgende planologische maatregelen. Afwijzing vergoeding van planschade. Appellant stelt schade te lijden als gevolg van een tweetal bestemmingsplannen en een viertal vrijstellingsbesluiten ex art. 19 WRO. Dit samenstel van planologische maatregelen heeft de bouw en aanleg mogelijk gemaakt van een omvangrijk, multifunctioneel complex met horecafaciliteiten op de plaats van de vroegere veemarkt. Volgens appellant is hierdoor zijn onroerend goed aanzienlijk in waarde gedaald wegens verlies van uitzicht en zonlicht en zijn zijn inkomsten als horecaondernemer sterk teruggelopen. Zijns inziens moet in dit specifieke geval, gezien de samenhang tussen de verschillende planologische maatregelen, een vergelijking worden gemaakt tussen het planologisch regime zoals dat gold na het totaal van de in geding zijnde reeks van maatregelen en het voordien geldende planologische regime. De Afdeling Bestuursrecht Raad van State oordeelt echter dat voor deze stelling noch in art. 49 WRO, noch ook overigens een aanknopingspunt kan worden gevonden. Gezien de tekst en het systeem van de wet moet ervan worden uitgegaan dat per planologische maatregel een vergelijking dient te worden gemaakt tussen het planologische regime zoals dat gold onmiddellijk voor en na de beweerdelijk schadeveroorzakende planologische maatregel. Voor honorering van een planschadeverzoek op grond van de gecumuleerde gevolgen van verschillende opvolgende maatregelen laat de wet geen ruimte. Dit laat overigens onverlet dat, ingeval sprake is van samenhang tussen de door verschillende maatregelen ontstane schade, een zekere cumulatie in de berekening van de schadevergoeding kan worden verdisconteerd. De raad van de gemeente Zwolle. dr. J.C.K.W. Bartel, mr. A. Kosto, mr. B. van Wagtendonk
De uitspraak op rechtspraak.nl