ABRvS 15 januari 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AA9718

Ter uitoefening van de bestuursdwangbevoegdheid ex art. 13b Opiumwet kon het voorheen geldende APV-beleid worden toegepast. Sluiting koffieshop voor onbepaalde tijd door burgemeester op grond van art. 13b Opiumwet. Art. 72d APV, inzake sluiting van drugsruimten, is van rechtswege komen te vervallen. Mede gelet op de parlementaire behandeling, waaruit blijkt dat aan art. 13b Opiumwet met name het motief van de bestrijding van handel in drugs en daarmee verband houdende nadelige effecten voor consumenten en omgeving ten grondslag ligt en daarmee de Opiumwet niet meer uitsluitend op de bescherming van de volksgezondheid ziet, heeft de rechtbank terecht overwogen dat art. 72d APV, nu dit specifiek is toegesneden op Opiumwetdelicten, hetzelfde onderwerp regelt als art. 13b Opiumwet en dat art. 72d dan ook op grond van art. 122 Gemeentewet van rechtswege is vervallen. I.c. was de burgemeester op grond van art. 13b Opiumwet bevoegd tot toepassing van bestuursdwang. Ter uitoefening van de bestuursdwangbevoegdheid kon het, onder de gelding van de APV gehanteerde, koffieshopbeleid worden toegepast en kon daarbij, wegens de handel in harddrugs, tot sluiting voor onbepaalde tijd worden overgegaan. Anders dan betoogd, behoefde geen nieuw beleid te worden geformuleerd. Niet valt in te zien dat het gevoerde beleid, na inwerkingtreding van art. 13b Opiumwet, niet onverkort zou kunnen worden voortgezet. De burgemeester van Roermond. mrs. J.J.R. Bakker, B. van Wagtendonk, E.A. Alkema

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen