ABRvS 14 december 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA9544
Arrest Groningen-[verweerster] laat de jurisprudentie over de bevoegdheid van de bestuursrechter om kennis te nemen van beroepen tegen zuivere schadebesluiten onverlet. Afwijzing verzoek om schadevergoeding in verband met besluit verweerder tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht ten behoeve van de aanleg van een oost-westbaan. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 17-12-2000 in de zaak Groningen, ECLI:NL:HR:1999:AA3880, hebben appellanten verzocht de zaak met toepassing van art. 8:71 Awb te verwijzen naar de burgerlijke rechter. Afdeling: Het verzoek om schadevergoeding betreft de schade als gevolg van het aanwijzingsbesluit dat is gebaseerd op art. 27 in samenhang met art. 24 Luchtvaartwet. Het besluit op het verzoek om schadevergoeding is een besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb. Aangezien in dit geval tegen het aanwijzingsbesluit ingevolge art. 30 Luchtvaartwet beroep kon worden ingesteld bij de Afdeling is de Afdeling ook bevoegd t.a.v. het beroep van appellanten tegen het zuivere schadebesluit. Het arrest Groningen-[verweerster] doet aan de bevoegdheid van de Afdeling niet af. De Hoge Raad heeft in dit arrest een uitzondering op het beginsel van formele rechtskracht voor zuivere schadebesluiten aanvaard, in dier voege dat ook indien bij zulk een besluit afwijzend is beslist op een op een onrechtmatig besluit gegrond verzoek tot schadevergoeding, de eiser niet op grond daarvan door de burgerlijke rechter niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in een op dezelfde grondslag ingestelde vordering tot vergoeding van schade (r.o. 3.5.5). Het arrest heeft geen betrekking op de bevoegdheid van de bestuursrechter om van beroepen tegen zuivere schadebesluiten kennis te nemen en laat de jurisprudentie hierover onverlet. Nu de Afdeling bevoegd is om van het beroep kennis te nemen doet zich niet de situatie voor dat uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld, zodat art. 8:71 Awb niet kan worden toegepast. Ook overigens zou deze toepassing niet kunnen inhouden dat het beroep naar de burgerlijke rechter zou worden verwezen, maar slechts dat in de uitspraak zou worden vermeld dat uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld. De Minister van Verkeer en Waterstaat, verweerder. mrs. R. Cleton, R.H. Lauwaars, A. Kosto
De uitspraak op rechtspraak.nl