ABRvS 19 december 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA9477

Ingangsdatum toepassing verfijnd sanctiebeleid, waarbij rekening wordt gehouden met staat van dienst van keuringsstation. Ongenoegzaam gemotiveerd waarom i.c. aan dit beleid geen toepassing is gegeven. Intrekking APK-erkenning voor de duur van 12 weken. Vast staat dat is gehandeld in strijd met art. 37.2 Erkenningsregeling APK. Intrekking derhalve terecht gebaseerd op art. 87.2.f WvW 1994. Met betrekking tot het toezicht op keuringen en het opleggen van sancties wordt een beleid gevoerd dat is neergelegd in zogeheten toezichtbeleidsbrieven, die aan iedere erkenninghouder worden verstrekt. De in casu van toepassing zijnde brief dateert van 7 mei 1999. De ABRS heeft een en andermaal overwogen dat het beleid dat de erkenning wordt ingetrokken indien het voertuig dat als goedgekeurd is afgemeld niet aanwezig is ten tijde van de steekproef, tenzij uit feiten en omstandigheden blijkt dat de erkenninghouder niets te verwijten valt, gelet op het algemene belang van de bescherming van de verkeersveiligheid ten behoeve waarvan het erkenningstelsel met name in het leven is geroepen, niet kennelijk onredelijk is. De duur van de intrekking zal evenwel afhankelijk van de omstandigheden dienen te worden bepaald en niet in alle gevallen op 12 weken kunnen worden gesteld. Gebleken is dat het sanctiebeleid is verfijnd in die zin dat inmiddels rekening wordt gehouden met de staat van dienst van het keuringsstation. De overgang naar dat nieuwe beleid is vloeiend van karakter, in die zin, dat aan dat beleid in de praktijk, ook al ruim voor 1 maart 2000, zijnde de datum met ingang waarvan dit is geïncorporeerd in een nieuwe toezichtbeleidsbrief, in toenemende mate toepassing is gegeven. De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer heeft niet betoogd dat ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar (6 september 1999) in deze zaak aan dat gewijzigde beleid nog in geen geval toepassing werd gegeven. Rechtbank heeft beslissing op bezwaar dan ook terecht vernietigd wegens strijd met de eis van een deugdelijke motivering. Ongegrond hoger beroep. De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer, appellant. mrs. J.H.B. van der Meer, J.A.M. van Angeren, B. van Wagtendonk

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen