ABRvS 5 oktober 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA8132

Mogelijkheid om hangende bezwaar het primaire besluit in te trekken of te wijzigen staat ook open indien wijziging of intrekking plaatsvindt n.a.v. de ingebrachte bezwaren. Appellant heeft volgens de rechtbank ten onrechte bij afzonderlijk, nieuw primair besluit van 8 juni 1998 beslist op het subsidieverzoek. Afdeling: Het is de bedoeling van de wetgever geweest, welke bedoeling in de artikelen 6:18 en 6:19 Awb tot uitdrukking is gebracht, het bestuursorgaan de vrijheid te laten, ook hangende bezwaar, het primaire besluit te wijzigen of in te trekken. Er mag van worden uitgegaan dat die mogelijkheid ook open staat wanneer de wijziging of intrekking van het primaire besluit, zoals in dit geval, plaatsvindt n.a.v. de ingebrachte bezwaren. Het besluit van 8 juni 1998 zou, gelet op de inhoud en de strekking daarvan, op zichzelf kunnen worden aangemerkt als een beslissing op bezwaar. Echter, in het licht van de begeleidende brief aan bezwaarmakers, is dit uitdrukkelijk niet appellants bedoeling geweest. Derhalve zal in dit geval het besluit van 8 juni 1998 moeten worden opgevat als een besluit tot wijziging van het oorspronkelijke primaire besluit van 16 februari 1998. Het zou niet met de strekking van de artikelen 6:18 en 6:19 Awb overeenstemmen om, zoals de rechtbank heeft gedaan, het besluit van 8 juni 1998 toch als beslissing op bezwaar aan te merken. Hoger beroep gegrond; terugwijzing naar rechtbank De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, appellant.mrs. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, B. van Wagtendonk, F.P. Zwart

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen