ABRvS 26 september 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA7509
Met informatie die na het indienen van een aanvraag wordt verstrekt, kan rekening worden gehouden indien daarmee wordt aangetoond dat gegevens in de aanvraag kennelijk onjuist zijn of dat deze door het bestuursorgaan zijn misverstaan. Intrekking verleende subsidie op de grond dat in strijd met art. 9.c van de Regeling, vóór ontvangst van de aanvraag op 31-10-1996 verplichtingen zijn aangegaan. Betrokkene heeft aangevoerd dat de daadwerkelijke verplichting eerst is aangegaan op 01-11-1996. Daartoe beroept zij zich op een eerst in het kader van de bezwaarprocedure overgelegde brief van 01-11-1996. De bestuurscommissie heeft betoogd dat bij de beoordeling of verplichtingen zijn aangegaan vóór de inzending van de aanvraag is uitgegaan van de gegevens die bij de vaststellingsaanvraag zijn verstrekt. Aan stukken of informatie die nadien zijn verstrekt, wordt voorbijgegaan als de bij de vaststellingsaanvraag verstrekte informatie eenduidig is en niet op een kennelijke vergissing berust. Aangezien dat i.c. het geval was, is van de verstrekte informatie uitgegaan. Zoals eerder overwogen kan met informatie die na het indienen van een aanvraag wordt verstrekt rekening worden gehouden indien daarmee wordt aangetoond dat gegevens in de aanvraag kennelijk onjuist zijn of dat deze door het bestuursorgaan zijn misverstaan. Dit uitgangspunt geldt eveneens bij de vaststellingsaanvraag en de daarop genomen beslissing. De bestuurscommissie heeft uit de gegevens die bij het verzoek om vaststelling van subsidie zijn verstrekt kunnen opmaken dat betrokkene vóór de inzending van de aanvraag verplichtingen is aangegaan als bedoeld in art. 9.c van de Regeling. Dat die gegevens kennelijk onjuist zijn of misverstaan, heeft de bestuurscommissie op grond van het betoog van betrokkene en de brief van 01-11-1996, waarin dit betoog wordt bevestigd, niet aangetoond dan wel aannemelijk hoeven achten. Op grond daarvan heeft de bestuurscommissie tevens terecht geconstateerd dat betrokkene onjuiste, althans onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag zou hebben geleid. De bestuurscommissie kon derhalve in redelijkheid besluiten tot intrekking van de subsidiebeschikking. De bestuurscommissie Economische Zaken van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland te Leeuwarden, appellante. Mrs. J.A.E. van der Does, B. van Wagtendonk, F.P. Zwart