ABRvS 18 augustus 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA6918

Vergunningstelsel voor onttrekken van woonruimte mag betrekking hebben op alle woonruimte binnen de gemeente. Vergunningverlening voor het onttrekken van woonruimte onder voorwaarde van financiële compensatie. De gemeenteraad bepaalt op welke woonruimte het vergunningvereiste van toepassing zal zijn. Daarbij is het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad het criterium. Gelet op de tekst van de Huisvestingswet en de wetsgeschiedenis kan een vergunningstelsel voor het onttrekken van woonruimte in het leven worden geroepen, waarbij alle woonruimte binnen een bepaalde gemeente wordt aangewezen. Art. 3.1.1 Verordening niet onverbindend. Art. 3.1.4.2 Verordening is wegens strijd met art. 31 Huisvestingswet onverbindend, voor zover daarin de mogelijkheid wordt geboden compensatie te eisen indien het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming tot bewoning te dienen belang. Voorts is art. 3.1.4.2 in strijd met art. 32 Huisvestingswet, voor zover er ook overige niet met het belang van de voorziening in de behoefte aan woonruimte verband houdende voorwaarden en voorschriften mogen worden verbonden aan het verlenen van de onttrekkingsvergunning. Nu B&W dit hebben erkend en in verband hiermee bepaalde zinsneden buiten toepassing hebben gelaten, moet art. 3.1.4.2 niet ook overigens onverbindend worden geacht. Voorts bestaat geen aanleiding om andere passages van art. 3.1.4 onverbindend te achten, omdat B&W i.c. de juiste afweging hebben gemaakt. Een eventueel toekomstige onjuiste toepassing van deze bepaling jegens appellanten of anderen is i.c. niet aan de orde. Terughoudende toetsing van Verordening ten aanzien van compensatievoorwaarden. Hoogte compensatiebedrag niet in strijd met tekst of systeem Huisvestingswet. Geen sprake van willekeur. In de beslissing op bezwaar hebben B&W naar aanleiding van het in het bezwaarschrift gedane verzoek om een vergoeding wegens gemaakte kosten van rechtsbijstand een vergoeding toegekend. De rechtbank heeft het verzoek om een hogere vergoeding integraal afgewezen. Dat B&W na heroverweging van mening waren dat het primaire besluit niet terecht was, brengt niet met zich dat i.c. sprake is van een bijzonder geval. Met de toegekende vergoeding is dan ook aan de belangen van appellanten niet te kort gedaan. Niet valt in te zien dat verrekening van de vergoeding met de te betalen compensatie i.c. onrechtmatig is. Ongegrond hoger beroep. Bevestiging van aangevallen uitspraak rechtbank Utrecht,ELRO-nummer AA6917 Burgemeester en wethouders van Zeist, verweerder mrs. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, J.H.B. van der Meer, B. van Wagtendonk Huisvestingswet 2, 30.1.a, 31, 32 Huisvestingsverordening Bestuur Regio Utrecht 1997 3.1.1, 3.1.2.a, 3.1.4.1

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen