ABRvS 31 juli 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA6770

Tegen goedkeuring Havengeldregeling door de Kroon staat beroep bij de Rechtbank open. Goedkeuring door de Kroon van de Havengeldregeling 1998 Amsterdam Airport Schiphol. De goedkeuring door de Kroon van de door N.V. Luchthaven Schiphol (hierna: Schiphol) vastgestelde tarieven heeft tot gevolg dat het rechtens mogelijk wordt tarieven te heffen voor het gebruik van het luchtvaartterrein. Het publiekrechtelijk karakter van de goedkeuring is gelegen in de omstandigheid dat het tot de taak van de overheid behoort het Verdrag van Chicago (over de toelating tot en het gebruik van luchtvaartterreinen) uit te voeren. Voorts kan de overheid, door het vereiste van goedkeuring, waken tegen heffingen welke voor de belangen van de luchtvaart, mede uit een oogpunt van algemeen belang bezien, schadelijk zouden kunnen zijn, terwijl op deze wijze tevens een zekere eenheid in de tarieven van de verschillende terreinen wordt verkregen. De beslissing van de Kroon is derhalve een besluit in de zin van art. 1:3, eerste lid Awb. Dat de goed te keuren beslissing zelf niet als een besluit kan worden aangemerkt, doet hieraan niet af. Met art. 8:3 Awb is uitsluitend beoogd de voorbereiding van rechtshandelingen naar burgerlijk recht van bestuursorganen van beroep uit te zonderen. Nu de tarieven door Schiphol zijn vastgesteld en Schiphol blijkens de uitspraak van de Afdeling van 03-10-1996 inzake H01.95.0454 (LJN AA6767) bij die vaststelling niet als bestuursorgaan optreedt, betreft de goedkeuring van de vastgestelde tarieven geen besluit als bedoeld in art. 8:3 Awb, zodat hiertegen beroep bij de Rechtbank kon worden ingesteld. Hoger beroep gegrond; terugverwijzing naar de rechtbank. De Kroon, vertegenwoordigd door de Minister van Verkeer en Waterstaat, verweerder mrs. P. van Dijk, J.H. Grosheide, F.P. Zwart

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen