ABRvS 17 juli 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA6722

Organen van de Hogeschool voor de Kunsten geen bestuursorgaan in de zin van art. 1:1, eerste lid Awb. Administratief beroep tegen afwijzend studie-advies ongegrond verklaard door het College van beroep. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten gaat uit van een rechtspersoon die krachtens privaatrecht is ingesteld, zodat de Hogeschool noch zijn organen als bestuursorganen in de zin van art. 1:1, eerste lid, aanhef en onder a Awb kunnen worden aangemerkt. Het aan een studie-advies verbinden van een afwijzing kan niet worden beschouwd als het uitoefenen van openbaar gezag doch slechts als het reguleren van de tussen partijen bestaande privaatrechtelijke rechtsverhouding. Het College van Bestuur kan in zoverre niet worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van art. 1:1, eerste lid, aanhef en onder b Awb. Dit geldt evenzeer voor de door het College van beroep genomen beslissingen. Rb. heeft zich terecht en op goede gronden onbevoegd verklaard. Ten overvloede: De examencommissie van een bijzondere instelling voor hoger onderwijs is met openbaar gezag bekleed, voorzover het betreft het al dan niet toekennen van een getuigschrift ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd. De WHW verbindt aan het bezit van een getuigschrift immers bepaalde voorrechten. In zoverre dient de examencommissie dan ook als bestuursorgaan in de zin van art. 1:1, eerste lid, aanhef en onder b Awb te worden aangemerkt. Ook het College van beroep dient - voorzover dit heeft te oordelen over de rechtmatigheid van dergelijke besluiten van de examencommissie of de examinatoren - als bestuursorgaan in vorenbedoelde zin te worden aangemerkt. Het College van beroep voor de examens van de Gerrit Rietveld Academie en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, verweerder. mrs. P. van Dijk, J.H.B. van der Meer, J.H. Grosheide

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen