ABRvS 2 mei 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA6196

De beslissing tot oplegging van een sanctie dient te worden onderscheiden van die tot afkeuring van een voertuig. Tijdelijke intrekking erkenning voor het verrichten van APK-keuringen. Bij herkeuring in kader van steekproef is eerder door erkenninghouder goedgekeurde auto afgekeurd. Erkenninghouder heeft hiertegen geen bezwaar of beroep ingesteld op grond van art. 90 WvW 1994. In het kader van het cusumsysteem zijn de erkenninghouder vervolgens twee keer drie strafpunten toegekend. Dit heeft geleid tot plaatsing in de penalty-klasse, waarna de erkenning voor het verrichten van APK-keuringen is ingetrokken. Vervolgens is tijdens een nader onderzoek door de steekproefcontroleur met enige zekerheid vastgesteld dat het, anders dan eerder bij de herkeuring geconstateerd, niet om twee maar om één verroeste veerschotel ging. Niettemin is de sanctie opgelegd omdat de uitslag van de herkeuring rechtens onaantastbaar was geworden. Dit is onjuist. De beslissing tot oplegging van een sanctie dient te worden onderscheiden van die tot afkeuring van een voertuig. Hoewel kan worden aanvaard dat bij de uitvoering van het cusumsysteem groot gewicht wordt toegekend aan de (onherroepelijke) uitslag van een keuring, dient deze uitslag niet het enige, en allesbepalende element te zijn. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan in redelijkheid bij het opleggen van een sanctie niet zonder meer kan worden uitgegaan van het aantal (straf)punten dat in het kader van de (af)keuring is opgelegd. Indien, zoals i.c., zulke omstandigheden worden aangevoerd, dient de RDW bij de belangenafweging daarmee rekening te houden. Er is immers geen rechtsnorm of rechtsregel aan te wijzen die tot oplegging van de sanctie van intrekking van de erkenning voor de periode van 12 weken dwingt. Gegrond hoger beroep. De algemeen directeur van de Dienst Wegverkeer, verweerder mrs. P.J. Boukema, J.M. Boll en J.H. Grosheide

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen