Rb. Zwolle 3 mei 2004, ECLI:NL:RBZWO:2004:AO9068

Vordering van 6 leden van bewonersvereniging tot opheffing van de statutenwijziging van 2004 en (her)omzetting conform de statuten van 1995 met als grondslag dat het bestuur van de bewonersvereniging onrechtmatig jegens eisers heeft gehandeld door het lidmaatschap van eisers op oneigenlijke gronden op te zeggen en vervolgens een statutenwijziging door te voeren, waarbij de gewraakte entreegeldregeling is afgeschaft. Voorlopig oordeel is dat het besluit tot opzegging genomen is in strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist. Het bestuur van de bewonersvereniging heeft haar bevoegdheid tot opzegging gebruikt voor een doel waarvoor die bevoegdheid niet gegeven is. Door eisers op te zeggen met als enig doel een door eisers niet gewenste statutenwijziging door te voeren, terwijl gezien de omstandigheden van het geval een opzegging slechts als ultimum remedium gebruikt zou mogen worden, heeft het bestuur onbehoorlijk gehandeld. Het voorlopig oordeel dat het besluit tot opzegging vernietigbaar is, leidt er tevens toe dat aannemelijk is dat de statutenwijziging van 2004 niet rechtsgeldig is geweest. Aangezien eisers geacht worden lid te zijn gebleven, is het quorum niet gehaald, zodat geen rechtsgeldig besluit tot statutenwijziging kon worden genomen. Met betrekking tot de geldigheid van de statutenwijziging van 1995 is het voorlopig oordeel dat in geval van een gebrek in de oproeping van een algemene ledenvergadering het besluit tot statutenwijziging in beginsel vernietigbaar is in plaats van nietig. Nu de vervaltermijn ex artikel 2:15 lid 5 BW om de vernietiging van het besluit te vorderen reeds lang verstreken is, is het besluit tot statutenwijziging 1995 onaantastbaar. Dit betekent niet zonder meer dat de bewonersvereniging ook aanspraak heeft op entreegelden van nieuwe leden. Onduidelijk is gebleven of de entreegeldregeling in de statuten van 1995 ook betrekking had op nieuwe leden. Hieromtrent is nader feitenonderzoek nodig, waarvoor een kort geding procedure zich niet leent.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen