Rb. Zwolle 8 februari 2001, ECLI:NL:RBZWO:2001:AF0529
Rechtbank begrijpt niet goed dat volgens HR 12 mei 2000 (NJ 2000, 567) bij afwijzing van het verzoek van de ene echtgenoot de in gemeenschap van goederen gehuwde andere echtgenoot op grond van art. 63 Fw Automatisch hetzelfde lot moet delen. Dat zou ook gelden voor tussentijdse beëindiging met opvolgend faillissement van de 'zondigende' echtgenoot. Rechtbank komt in dit geval op andere grond toch tot hetzelfde oordeel, nu er sprake is van beëindiging wegens bovenmatige schulden omdat de andere echtgenoot ten aanzien van die schulden niets heeft aan een schone lei. Geen faillissement van rechtswege.
De uitspraak op rechtspraak.nl