Rb. Zwolle 9 februari 2001, ECLI:NL:RBZWO:2001:AB0709
Strikte toepassing van art. 1.2 Besluit ziekenvervoer komt in casudusdanig in strijd met algemene rechtsbeginselen dat die toepassing geen rechtsplicht meer kan zijn. Weigering vervoerkosten ten behoeve van zoon X van en naar instelling, aangezien de kosten van weekendvervoer alleen voor vergoeding in aanmerking zouden kunnen komen indien de instelling waar X gedurende de week verblijft vanuit de Ziekenfondsverzekering of de AWBZ wordt gefinancierd en instelling Y niet een zodanige instelling is. Rechtbank: In het wettelijk stelsel is het recht op vergoeding ten laste van de Ziekenfondswet of de AWBZ van vervoerskosten die worden gemaakt in verband met het verblijf in een instelling afhankelijk gesteld van de vraag of die instelling vanuit de genoemde wetten wordt gefinancierd. X heeft een medische indicatie voor opname in een AWBZ-instelling maar kan de daaruit voortvloeiende aanspraken op opname in een dergelijke instelling niet geldend maken door de problematiek van capaciteitsgebrek en wachtlijsten. Dat is een omstandigheid die weliswaar niet aan verweerder te wijten is maar wel in diens risicosfeer ligt. Het feit dat verweerder niet bij machte is X in aanmerking te brengen voor een AWBZ-voorziening waarop hij recht heeft kan in redelijkheid niet worden gebruikt als argument om hem ook een andere, daarvan afgeleide aanspraak te ontzeggen, waar het honoreren van die aanspraak eenvoudig is en binnen verweerders mogelijkheden ligt. Weliswaar staat de tekst van art. 1.2, Besluit ziekenvervoer daaraan in de weg, maar onder de omstandigheden als hiervoor aangegeven komt strikte toepassing van die bepaling dusdanig in strijd met algemene rechtsbeginselen dat die toepassing geen rechtsplicht meer kan zijn. De door verweerder aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde motivering kan dat besluit derhalve niet dragen. Dat besluit komt mitsdien voor vernietiging in aanmerking. Verweerder zal opnieuw op het bezwaarschrift hebben te beslissen en daarbij hebben na te gaan of zich omstandigheden voordoen die een uitzondering rechtvaardigen op de kennelijk bestaande praktijk ook bij verblijf in een AWBZ-instelling uiterst terughoudend te zijn met vergoedingen voor weekendvervoer. Daarbij kan mogelijk een rol spelen dat ten behoeve van X eerder wel vergoedingen voor weekendvervoer zijn verstrekt van en naar een AWBZ-instelling. Tevens kan van belang zijn de vraag of en, zo ja, in hoeverre X als gevolg van capaciteitsgebrek in AWBZ-instellingen met de opname in Y op grotere afstand van zijn ouderlijk huis is geplaatst dan anders het geval zou zijn geweest en de vraag of het weekendverblijf bij zijn ouders deel uitmaakt van de behandeling. ANOZ Verzekeringen te Apeldoorn, verweerder. mr. H.C. Moorman ZFW 8 Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekeringen (4 januari 1966, Stb. 1966, 3) 16.1 Besluit ziekenvervoer 1.1, 1.2
De uitspraak op rechtspraak.nl