Rb. Zwolle 4 januari 2001, ECLI:NL:RBZWO:2001:AA9715
Geen verweer met betrekking tot bepaling fictieve opzegtermijn gevoerd bij de kantonrechter; derhalve benadelingshandeling in de zin van art. 24 WW gepleegd; opgelegde maatregel gebaseerd op intern, ongepubliceerd Lisv-beleid; vernietiging besluit nu dit beleid geen enkele ruimte laat voor belangenafweging en voorts in strijd met de wet is. Verweerder heeft ter zitting medegedeeld dat de opgelegde maatregel in het onderhavige geval is gebaseerd op intern, ongepubliceerd LISV-beleid. Dit beleid bepaalt dat uit de omstandigheid dat eiser heeft nagelaten om de Kantonrechter te vragen om een langere opzegtermijn en/of schadevergoeding zonder meer volgt dat eiser een benadelingshandeling heeft gepleegd, die volledige weigering van de WW-uitkering over de periode van de fictieve opzegtermijn rechtvaardigt. Bij het nemen van een dergelijk besluit worden geen feiten en omstandigheden meegewogen omtrent de mate van de verwijtbaarheid van de benadelingshandeling. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijk beleid, dat geen enkele ruimte laat voor belangenafweging, niet in redelijkheid door verweerder kan worden gehanteerd. Daarenboven is dit beleid in strijd met de wet. Immers, op grond van art. 27 WW moet een op te leggen maatregel worden afgestemd op de mate van verwijtbaarheid van de benadelingshandeling. (...) Volgt gegrondverklaring beroep en vernietiging besluit. Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. mrs. J.J. Szauer-Bos, M.I. Lammertsma-van der Heij, J.F. de Vries, WW 16.3, 24.6, 27.3 BW 7:672.1, 2 Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Wet van 14 mei 1998, 300, inwerkingtreding 1-1-99)
De uitspraak op rechtspraak.nl