Rb. Zwolle 13 december 2000, ECLI:NL:RBZWO:2000:AA9549

Schriftelijk ingediende aanvraag kan alleen als ingetrokken worden beschouwd en om die reden buiten behandeling worden gelaten indien de intrekking eveneens schriftelijk is geschied. Vraag of verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat eiser zijn aanvraag heeft ingetrokken. Art. 67 Abw bepaalt dat het recht op bijstand wordt vastgesteld op schriftelijke aanvraag. Alleen een aanvraag die aan die voorwaarde voldoet behoeft in behandeling te worden gelaten en kan leiden tot vaststelling van het recht op bijstand. Omgekeerd geldt dat een schriftelijk ingediende aanvraag alleen als ingetrokken kan worden beschouwd en om die reden buiten verdere behandeling kan worden gelaten indien die intrekking eveneens schriftelijk is geschied. Een andere opvatting kan leiden tot situaties dat mondeling gedane mededelingen door de ontvanger ervan worden begrepen als een intrekking terwijl die mededeling niet zo bedoeld is, waarbij de aanvrager, geconfronteerd met de vaststelling dat zijn aanvraag als ingetrokken wordt beschouwd, in bewijsproblemen geraakt. Dat kan niet worden ondervangen door, zoals verweerder heeft gedaan, de aanvrager een schriftelijke bevestiging te sturen van een als intrekking opgevatte telefonische mededeling en uit het feit dat er geen reactie volgt af te leiden dat de aanvraag inderdaad als ingetrokken kan worden beschouwd. Door deze handelwijze wordt degene die een aanvraag heeft ingediend, die voldoet aan de wettelijke vereisten en waarvan niet bedoeld is die in te trekken immers gedwongen tot extra, niet in de wet voorziene stappen, wil hij die aanvraag behandeld zien. Wel toelaatbaar zou zijn dat naar aanleiding van een telefonische mededeling, die is begrepen als een intrekking van een aanvraag, aan de betrokkene een intrekkingsverklaring ter ondertekening wordt toegezonden, waarbij, bij het uitblijven van reactie, de conclusie moet zijn dat de aanvraag niet als ingetrokken kan worden beschouwd. Deze handelwijze is door verweerder echter niet gevolgd.(...) Rechtbank verklaart beroep gegrond en vernietigt bestreden besluit. College van burgemeester en wethouders van Almere, verweerder. mr. H.C. Moorman

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen