Rb. Zwolle 16 juni 2000, ECLI:NL:RBZWO:2000:AA6884

Art. 3 Maatregelenbesluit wegens strijd met art. 29.5 WAO buiten toepassing. Oplegging maatregel van 20% over de periode 12 maart 1998 t/m 16 juli 1998 wegens te laat verstrekken van inlichtingen (retourneren vragenformulier). rechtbank: In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (RSV 1999/296) heeft de Raad onder meer overwogen dat het benadelingsbedrag in beginsel een aanvaardbaar uitgangspunt is om de ernst van de gedraging te bepalen in relatie tot de op te leggen boete. In de situatie van eiser betreft het weliswaar de toepassing van de artt. 28 en 29 WAO en het daarop gebaseerde Maatregelenbesluit, doch ook in art. 29.1 WAO is, (evenals in het tweede lid van art. 27a WW en art. 29a.2 WAO, welke artikelen zien op boeteoplegging) bepaald dat een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. In het Maatregelenbesluit is met de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of de nalatigheid van de betrokkene rekening gehouden door in de verschillende artikelen een matiging van de hoogte van de maatregel voor te schrijven. De ernst van de gedraging speelt evenwel in het Maatregelenbesluit geen enkele rol. Anders dan in het Boetebesluit is ook geen afzonderlijke bepaling opgenomen betreffende de hoogte van de maatregel in de gevallen waarin er geen benadelingsbedrag is of een benadelingsbedrag van minder dan f 2000. Ook in de toelichting op het Maatregelenbesluit inzake het financiële gevolg daarvan wordt niet aangeknoopt bij het al of niet aanwezig zijn c.q. de hoogte van een benadelingsbedrag. Zoals gezegd heeft eiser, die in de (vele) voorgaande jaren steeds aan zijn inlichtingenplicht heeft voldaan, met zijn nalatigheid in het uitkeringsjaar 1998 verweerder niet benadeeld. Evenals de voorgaande jaren heeft de (ditmaal te laat) verstrekte informatie niet geleid tot de vaststelling dat aan eiser ten onrechte dan wel tot een te hoog bedrag uitkering ingevolge de WAO is uitbetaald. Dit viel ook niet te verwachten, omdat het veehoudersbedrijf dat eiser sinds 1960 uitoefent, tot op heden voor eiser alleen maar verlies heeft opgeleverd. Dit in aanmerking genomen en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan naar het oordeel van de rechtbank bepaald niet worden gezegd dat er evenredigheid bestaat tussen de ernst van de gedraging en de opgelegde maatregel. Aangezien ook art. 3 Maatregelenbesluit t.a.v. een gedraging als hier in geding dwingt tot het opleggen van de maatregel van 20% over de te late termijn (met een maximum van 52 weken) moet de conclusie luiden dat ook in het onderhavige geval zoverre aan art. 29.5 WAO een uitwerking is gegeven die niet strookt met het bepaalde in het eerste lid van dat artikel en dat art. 3 Maatregelenbesluit derhalve in zoverre hier buiten toepassing dient te blijven. Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam, verweerder. mr. J.J. Szauer-Bos WAO 25, 27, 28.1.d, 29, 57.1, 57.4 Maatregelenbesluit Tica 6 juni 1996, Stcrt. 1996, 141, 3.1.c, 3.2, 12

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen