Rb. Zeeland-West-Brabant 21 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9141
Belanghebbende heeft verzocht om de toepassing van de doorschuifregeling van artikel 4.17c van de Wet IB 2001 in verband met de schenking van aandelen in een BV. De inspecteur heeft het verzoek gedeeltelijk afgewezen en heeft in verband hiermee een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd. Tussen partijen is in geschil welk deel van de overdrachtsprijs van de aandelen toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap. Naar het oordeel van de rechtbank moet één vermogensbestanddeel alsnog tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Met betrekking tot de overige in geschil zijnde vermogensbestanddelen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van ondernemingsvermogen. De navorderingsaanslag en de daarmee samenhangende belastingrentebeschikking worden daarom verminderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl