Rb. Zeeland-West-Brabant 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8247
Verhuurder verhuurt in een complex reguliere appartementen, zorgappartementen en bedrijfsruimtes. De huurders van de reguliere appartementen zijn het niet eens met de berekeningsmethode van de kosten voor warmte die verhuurder in rekening brengt. Die methode gaat uit van de fictie van 35% vaste kosten en 65% variabele kosten (volgens het Beleidsboek van de Huurcommissie). Volgens de huurders zijn er specifieke en nauwkeurigere (meet)gegevens beschikbaar, zodat de omslag van de vaste en variabele kosten aanzienlijk preciezer kan worden becijferd. Beoordeeld moet worden of dat zo is en of de methode van de verhuurder dan nog een 'redelijke vergoeding' is zoals bedoeld in artikel 7:259 BW. De kantonrechter overweegt om voor de verdere beoordeling een deskundige in te schakelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 195a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 225 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 246 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 612 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 7:259 BW7
- Artikel 8 Warmtewet