Rb. Zeeland-West-Brabant 23 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8074
Voorlopige voogdij, spoedverzoek
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450702 / FA RK 26-3861
Datum uitspraak: 23 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over de voorlopige voogdij
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
Zeeland–West-Brabant, Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2026 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
locatie te Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
1.1 De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 23 juli 2026.
2 De feiten
2.1 De moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2 De vader is de biologische vader van [minderjarige] , maar hij heeft [minderjarige] (nog) niet erkend en is niet belast met het gezag over [minderjarige] .
2.3 [minderjarige] verblijft momenteel in het [ziekenhuis] te [plaats] .
2.4 De moeder heeft de Russische nationaliteit. De vader is van Oekraïense afkomst. [minderjarige] heeft de Nederlandse nationaliteit.
3 Het verzoek
3.1 De Raad verzoekt de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4 De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1 Vanwege het feit dat de moeder de Russische nationaliteit heeft, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.
4.2 Op grond van artikel 7 lid 1 van de verordening Brussel II-ter zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.
4.3 Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse kinderrechter rechtsmacht toe. Nu de Nederlandse kinderrechter bevoegd is om op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.
Wettelijk kader
4.4 De kinderrechter kan op grond van artikel 1:241, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) op verzoek van onder meer de Raad een gecertificeerde instelling belasten met de voorlopige voogdij over de minderjarige indien het dringend en onverwijld noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over de minderjarige te voorzien teneinde de belangen van de minderjarige te kunnen behartigen.
4.5 Op grond van artikel 800, derde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking betreffende een voorlopige voogdij aanstonds worden afgegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de jeugdige.
Inhoudelijke beoordeling
4.6 Op grond van de inhoud van de stukken oordeelt de kinderrechter dat de verzochte maatregel dringend en onmiddellijk noodzakelijk is om het belang van [minderjarige] te kunnen behartigen. De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [minderjarige] is prematuur geboren en ligt momenteel in het [ziekenhuis] te [plaats] . Zij is niet meer in levensgevaar en is op dit moment stabiel, maar haar situatie is fragiel en risicovol. Er kunnen ieder moment medische beslissingen over haar genomen moeten worden. Bij de moeder, die belast is met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] , is echter sprake van een ernstige psychotische ontregeling, waardoor zij op dit moment niet in staat wordt geacht de gevolgen van ingewikkelde beslissingen te overzien en hier een doordacht oordeel over te vormen. Er zijn op dit moment ernstige twijfels over de wilsbekwaamheid van moeder met betrekking tot belangrijke beslissingen over de zorg en medische behandeling van [minderjarige] . De moeder is recent gedwongen opgenomen en het is nog onbekend hoe lang haar herstel zal duren. Verder kan de vader [minderjarige] op dit moment (nog) niet erkennen, omdat hij nog in afwachting is van de uitkomst van zijn asielprocedure en hij geen BSN-nummer heeft.
Hiermee is er geen gezaghebbende ouder die momenteel belangrijke besluiten kan nemen over [minderjarige] .
4.7 De kinderrechter stelt vast dat de moeder nu en in de nabije toekomst niet in staat kan worden geacht om het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit te oefenen, waardoor er feitelijk niet in het gezag over [minderjarige] wordt voorzien. Daarom is de kinderrechter van oordeel dat het dringend en onmiddellijk noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over [minderjarige] te voorzien om haar belangen te kunnen behartigen. De kinderrechter zal de GI belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] . De kinderrechter is gelet op het voorgaande ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] .
4.8 De Raad, de moeder, de vader en de GI worden in de gelegenheid gesteld om hun mening over het verzoek te geven tijdens de hierna in het dictum te noemen zitting. In afwachting daarvan zal de kinderrechter de GI belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 23 juli 2026 tot 6 augustus 2026. Verdere beslissingen worden pas genomen als de zitting heeft plaatsgevonden.
Aantekening gezagsregister
4.9 De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.10 De kinderrechter zal deze beslissing, gelet op de aard van de maatregel en het belang dat hierover voor [minderjarige] duidelijkheid bestaat, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de Raad. Dat betekent dat de beslissing per direct uitvoerbaar is en dat een eventueel hoger beroep die beslissing niet schorst.
5 De beslissing
De kinderrechter:
5.1 belast Stichting Jeugdbescherming Brabant met de voorlopige voogdij over [minderjarige] met ingang van 23 juli 2026 tot 6 augustus 2026;
5.2 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3 houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat de Raad, de moeder, de GI en de vader zullen worden gehoord tijdens de zitting van mr. Bogaert op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
5.4 bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting voor de Raad en de moeder;
5.5 bepaalt dat de GI (informant) en de vader (informant) per aparte brief zullen worden opgeroepen voor voormelde zitting;
5.6 behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.