Rb. Zeeland-West-Brabant 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7925
Tussen Ennatuurlijk en gedaagde bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte. Voor de geleverde warmte moet gedaagde maandelijks een voorschot betalen. Hij heeft verschillende voorschotbedragen niet betaald en daardoor is een betalingsachterstand ontstaan. Omdat gedaagde de voorschotten niet betaalt, wil Ennatuurlijk de levering van de warmte onderbreken/afsluiten. Zij vordert in deze procedure ontbinding van de overeenkomst en betaling van de achterstand. Ook vordert zij dat gedaagde wordt veroordeeld om mee te werken aan het afsluiten/onderbreken van de warmtetoevoer. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat Ennatuurlijk gedaagde op de door de Warmteregeling voorgeschreven wijze heeft aangemaand. Daarom wordt een deel van de vorderingen van Ennatuurlijk afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl