Rb. Zeeland-West-Brabant 17 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6827

Het gaat in deze zaak om een vordering van eiseres tegen de bewindvoerder op grond van overeenkomsten die gesloten zijn nadat de goederen van onderbewindgestelde onder bewind zijn gesteld. De bewindvoerder beroept zich erop dat de vordering van eiseres niet toewijsbaar is wegens het bewind. De kantonrechter stelt de bewindvoerder in het gelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen