Rb. Zeeland-West-Brabant 20 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6663

NTB WIA NO IGS prematuur. UWV heeft onjuiste data vermeld in correspondentie. Geen PKV, omdat de professioneel gemachtigde de onjuiste data had kunnen en moeten onderkennen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/2821
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. C.L.J. Beljaarts),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 6 januari 2026 tegen het besluit van 10 december 2025 waarin eiseres haar Ziektewetuitkering wordt beëindigd per 31 oktober 2025.

1.1 Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2 Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep ontvankelijk?

3 Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Het UWV moet binnen zeventien weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is.

3.1 Ten onrechte heeft het UWV in een brief van 2 februari 2026 gemeld dat de beslissing uiterlijk 17 februari 2026 moet worden verstuurd. Het UWV heeft de termijn verlengd met zes weken. Daarbij is vermeld dat dit tot 31 maart 2026 is, maar ook die datum is dus onjuist.

3.2 In dit geval eindigde de beslistermijn, uitgaande van zeventien weken, op 20 mei 2026 of, met zes weken verlenging, op 1 juli 2026. Het UWV heeft de ingebrekestelling, gedateerd op 2 april 2026, op 7 april 2026 ontvangen. Anders dan het UWV stelt, was op dat moment de beslistermijn dus nog niet verstreken.

3.3 Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, nu eiseres een professioneel gemachtigde heeft die had kunnen en moeten onderkennen dat het UWV onjuiste data hanteerde.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 20 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier
rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Aangehaalde artikelen