Rb. Zeeland-West-Brabant 8 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6163

De kwestie betreft de verdeling van de restant executieopbrengst wanneer na een beslag een hypotheekrecht op de onroerende zaak wordt gevestigd dat in tijd wordt gevolgd door weer een beslag op deze onroerende zaak. De anterieure beslaglegger en de posterieure hypotheekhouder gaan voor op de andere schuldeisers. Het restant wordt vervolgens verdeeld tussen alle hypotheekhouders en alle beslagleggers in overeenstemming met hun voorrang en voorrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen