Rb. Zeeland-West-Brabant 17 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5308

Deze uitspraak gaat over de door het college op 27 maart 2025 aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor de realisatie van hotelkamers op de eerste verdieping op het adres aan de X te Y. Verzoekers zijn het niet eens met de aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning. Zij hebben daarom ieder voor zich beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De beroepen zijn gegrond, omdat het college de activiteiten van vergunninghouder na realisatie van de hotelkamers ten onrechte heeft gekwalificeerd als ‘lichte horeca’ in de zin van artikel 12.1, sub a, van het bestemmingsplan in samenhang met de Staat van Horeca-activiteiten. De voorzieningenrechter zal reeds op die grond het bestreden besluit vernietigen. De voorzieningenrechter komt daarom niet meer toe aan de beoordeling van de overige beroepsgronden. De voorzieningenrechter zal ook het primaire besluit herroepen. Daarom is er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen en zullen de verzoeken hiertoe worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken