Rb. Zeeland-West-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4051

Verzoeker is in dienst geweest van verweerder. Hij is op staande voet ontslagen en heeft daarin berust. Verzoeker wil een vvr dat er geen dringende reden voor ontslag was, een vvr dat de cao beroepsgoederenvervoer van toepassing is en hij wil afgifte van stukken om nadere verzoeken over de afwikkeling van het dienstverband in te kunnen stellen. Verweerders zijn niet verschenen. Tussenbeschikking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen