Rb. Zeeland-West-Brabant 8 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2734

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden vanwege verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer. Werknemer had niet mogen weigeren toen zij werd opgeroepen voor werk. De door werknemer gestelde vrijstelling van werk blijkt niet uit de echtscheidingsbeschikking tussen werknemer en de (voormalig) bestuurder van werkgever. Evenmin slaagt de stelling van werknemer dat sprake is van rechtsverwerking. Er is niet gebleken van bijkomende omstandigheden, naast tijdsverloop, waardoor een gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt bij werknemer dat zij niet meer hoefde te werken, of dat werknemer onredelijk nadeel heeft ondervonden omdat werkgever alsnog aanspraak maakte op de uitvoering van arbeid in plaats van op een eerder moment. Het pertinent weigeren van arbeid kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Er wordt geen rekening gehouden met een opzegtermijn en werknemer komt geen transitievergoeding toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken