Rb. Zeeland-West-Brabant 5 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9874
artikel 3:271 lid 1 BW en artikel 3:29 lid 1 BW. Een verzoek aan de handelsrechter om de gevestigde hypotheekrechten waardeloos te verklaren. In beginsel dient een dergelijk verzoek bij dagvaarding te worden aangebracht en dient er een 'spoorwissel' toegepast te worden. Dat is echter in dit geval een zinloze exercitie, omdat de wederpartij is ontbonden en de bestuurder is overleden. Er is dus geen gedaagde partij om te dagvaarden. Uit de jurisprudentie blijkt dat de eiser in dat geval niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering jegens gedaagde maar de vordering wel wordt toegewezen. Het verzoek wordt gelet hierop direct afgedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl