Rb. Zeeland-West-Brabant 3 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8519
Partijen zijn buren van elkaar. Ze zijn het niet eens over waar de erfafscheiding tussen hun percelen loopt. Eisers gaan uit van de in 2024 door het Kadaster ingemeten erfgrens. Dat betekent volgens hen dat het hekwerk en tuinhuis van gedaagden op hun grond staan. Eisers vorderen verplaatsing. Gedaagden gaan uit van de feitelijke erfgrens en doen een beroep op verjaring. Zij vorderen dat de rechtbank voor recht verklaart dat de strook grond tussen de kadastrale en de feitelijke erfgrens door verjaring hun eigendom is geworden. De rechtbank oordeelt dat de erfgrens wordt bepaald door de kadastrale grens. Het beroep op verjaring slaagt niet. Er kan geen bezitsdaad worden vastgesteld ten aanzien van de strook grond.
De uitspraak op rechtspraak.nl