Rb. Zeeland-West-Brabant 17 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8204

Verzoekster was als schoonmaakster in dienst bij verweerder. Verweerder heeft verzoekster bij brief van 22 juli 2025 op staande voet ontslagen omdat zij zonder toestemming op vakantie was gegaan. Verzoekster heeft berust in het ontslag. Zij verzoekt om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding. Ook legt zij een aantal andere verzoeken aan de kantonrechter voor. De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag op staande voet niet gegeven had mogen worden. Toekenning transitievergoeding en billijke vergoeding tot lagere bedragen dan verzocht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen