Rb. Zeeland-West-Brabant 19 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8088
Belanghebbende heeft afspraken gemaakt met haar crediteuren met betrekking tot de betaling van facturen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een finale kwijting. De rechtbank verwerpt ook het subsidiaire standpunt van belanghebbende aangezien uit de overgelegde stukken niet is af te leiden of partijen een bepaalde waarde aan de voornoemde afspraken hebben toegekend en wat die waarde zou moeten zijn. Dit brengt mee dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd nu niet in geschil is dat de op de facturen in rekening gebrachte belasting eerder volledig in aftrek is gebracht. De naheffingsaanslag en de daarmee samenhangende belastingrente dienen evenwel te worden verminderd in verband met een gewijzigd standpunt van de inspecteur. De verzuimboete dient te worden vernietigd omdat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een pleitbaar standpunt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 29 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1337
- HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:975
- Conclusie A-G Valk 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:146
- Rb. Gelderland 16 september 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:5822
- HR 14 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8952
- Hof Arnhem 26 januari 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BL2912
- Rb. Arnhem 22 december 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BI2767
- HR 13 maart 1981 (Haviltex), ECLI:NL:HR:1981:AG4158