Rb. Zeeland-West-Brabant 6 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6814
Betrokkene voldoet aan de voorwaarden voor een taxivergoeding op grond van artikel 35 van de WIA, maar niet voor een bruikleenauto met chauffeursdienst wegens overschrijding van de inkomensgrens. UWV heeft daarom terecht alleen de taxivergoeding beoordeeld en hoefde geen kostenvergelijking te maken. Beroep op onvoldoende onderzoek faalt. Het UWV heeft ten onrechte niet specifiek gemotiveerd waarom in eisers geval geen sprake is van onevenredige gevolgen bij toepassing van de inkomensgrens voor een bruikleenauto met chauffeursdienst. Motiveringsgebrek wordt gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb. Praktische bezwaren tegen taxivervoer leiden niet tot het oordeel dat sprake is van een onredelijk bezwarende uitkomst. Evenredigheidstoets ziet enkel op de belangen van eiser, niet op kosten voor het UWV.
De uitspraak op rechtspraak.nl