Rb. Zeeland-West-Brabant 4 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3602
De rechtbank verwacht van jeugdzorg nog steeds, dat er binnen een groep met “hybride bedden” aan een jeugdige duidelijk wordt gemaakt binnen welke lijntjes die jeugdige moet lopen, wat daarin zijn positie is en vooral wat zijn rechtsbescherming inhoudt. Jeugdzorg heeft dit in het huidige plan van aanpak nagelaten. Een van de fundamentele punten van kritiek van de rechtbank is gelegen in de ongelimiteerde inzet van de genoemde vrijheidsbeperkende maatregelen en de zeer beperkte rechtsbescherming van de jeugdige op het moment dat deze maatregelen worden toegepast zolang de voorwaardelijke machtiging niet is omgezet in een gesloten machtiging. Het is immers niet duidelijk wat de begrippen “tijdelijk” en ”binnen blijven op de groep” feitelijk betekenen voor de jeugdige. Als een jeugdige continu moet binnen blijven op de groep waar hij verblijft, is feitelijk sprake van vrijheidsbeneming.
De uitspraak op rechtspraak.nl