Rb. Zeeland-West-Brabant 30 mei 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3455
Deze uitspraak gaat over een door eiseres aangevraagde subsdidie waarover verweerder een besluit heeft genomen. In het besluit is de subsidie op nihil gesteld. Dat betekent dat er feitelijk geen subsidie wordt verleend. Verweerder heeft dit gedaan, omdat het betreffende project samenhangt met een ander project – waarvoor al wel subsidie is verleend – en deze toegekende subsidie voor beide projecten samen geldt. Eiseres is het niet eens met de op nihil vastgestelde subsidie en voert aan dat het betreffende project op zichzelf wel subsidiewaardig is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder terecht de aangevraagde subsidie op nihil heeft gesteld. De rechtbank is het met verweerder eens dat beide projecten samengevoegd hadden moeten worden en dat er maar één keer aanspraak op subsidie bestaat. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl