Rb. Zeeland-West-Brabant 30 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:2704
Gedaagde verblijft zonder recht of titel in de woning en moet deze daarom verlaten. Hij heeft zich op enig moment uitgeschreven uit de woning om de financiele positie van zij inmiddels ex-partner te verbeteren (fiscale voordelen). Zij is een schuldsaneringstraject ingegaan. Gedaagde heeft zich elders ingeschreven, maar stelt altijd in de woning te hebben verbleven. De woning is beeindigd en de ex-partner heeft de huurovereenkomst opgezegd. Volgens gedaagde is er, ondanks dat er niet aan de wettelijke vereisten is voldaan, sprake van een gemeenschappelijke huishouding. Dan wel is er sprake van een huurovereenkomst, of onderhuur. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Gedaagde moet de woning ontruimen. De belangen van de kinderen maken dit niet anders, aangezien zij hoofdverblijf hebben bij moeder.
De uitspraak op rechtspraak.nl