Rb. Zeeland-West-Brabant 24 maart 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1739

Beroep tegen vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd. De rechtbank heeft aanleiding gezien om een onafhankelijke deskundige te benoemen, namelijk [verzekeringsarts 2]. In zijn rapport van 24 september 2024 concludeert [verzekeringsarts 1] dat hij met bijna alle door de verzekeringsarts b&b aangegeven beperkingen voor de datum in geding kan instemmen. Dat geldt alleen niet voor het ontbreken van een beperking voor het draaien van nachtdiensten en verder heeft verzekeringsarts [verzekeringsarts 1] in de door hem opgestelde FML de beperking voor maximaal vier uur per dag samengeteld lopen en staan anders in de FML weergegeven. De zwaarte van deze beperking is niet aangepast. Een urenbeperking wordt afgewezen. Naar aanleiding van het deskundigenrapport van verzekeringsarts [verzekeringsarts 1] heeft de verzekeringsarts b&b op 26 november 2024 een nieuwe FML opgesteld. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige haar overtuigend voorkomt. Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich hier voor. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent gemotiveerd. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten voor een andere conclusie over de medische belastbaarheid van eiser dan vermeld in de FML van 26 november 2024. De geduide functies blijven in stand. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen