Rb. Zeeland-West-Brabant 28 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8101

Verzoek voorlopige voorziening tegen aanwijzingsbesluit cameratoezicht . Toepassing artikel 8:29 Awb. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit het bestreden besluit en de bestuurlijke rapportages voldende onderbouwing ten aanzien van de actuele verstoring van de openbare orde. Er is sprake van voldoende geverifieerde meldingen over incidenten op het openbare deel van het woonwagenterrein. Meenemen eerdere rapportages in besluitvorming. Geen strijd met EVRM/IVBPR. Voldoende noodzaak voor besluit cameratoezicht. Ter zake proportionaliteit volgt uit artikel 151c van de Gemeentewet geen beperking voor het nemen van besluiten over opeenvolgende perioden van cameratoezicht. Voldoende waarborgen privacy. Ter zake subsidiairiteit is cameratoezicht een van de ingezette middelen om de openbare orde te handhaven. De overige middelen hebben niet tot een verbetering van de openbare orde tot het gewenste niveau geleid. Cameratoezicht ook in redelijkheid ingezet als middel om de openbare orde te handhaven. Periode cameratoezicht mede bepaald aan de hand van de verwachting dat de planologische herinrichting van het woonwagenterrein tot een duurzame verbetering van de openbare orde zal leiden. Verzoek voorlopige voorziening afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken