Rb. Zeeland-West-Brabant 22 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:7987
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van Wet Dieren en artikel 184 Sr. Aan hem is opgelegd een taakstraf van 150 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Aan de proeftijd is als bijzondere voorwaarde gekoppeld dat verdachte geen dieren mag houden. Daarnaast is de maatregel houdverbod dieren opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl