Rb. Zeeland-West-Brabant 25 oktober 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:7699
Pacht. Kort geding. In conventie vordert eiser terbeschikkingstelling van perceel door gedaagde op grond van art. 7:336 BW. De pachtkamer oordeelt dat voorshands niet is komen vast te staan dat sprake is van een pachtverhouding tussen partijen. De vordering in conventie wordt afgewezen. De vordering in reconventie tot ontruiming van het perceel wordt toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl