Rb. Zeeland-West-Brabant 31 juli 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6719

Erfrecht. Eiser en gedaagde zijn enige erfgenamen van ouders, erflaters. Geen testament. Moeder vooroverleden. Wettelijke verdeling. Eiser vordert verdeling nalatenschap vader, erflater, en betaling van gedaagde van een bedrag van € 21.516,62. Grondslag van die vordering is onrechtmatige onttrekkingen door gedaagde aan de bankrekeningen van erflaters tot een bedrag van € 43.093,24. De rechtbank is van oordeel dat er nog niet is verdeeld. Feitelijke handelingen van partijen na overlijden erflater houden geen overeenkomst tot verdeling van de nalatenschap in. Erflaters hadden gelet op hun fysieke/geesteliijke gesteldheid gedurende de periode waarop de geldvordering ziet geen zicht op hun financiën. Zij vertrouwden volledig op gedaagde. Uit bankafschriften blijkt van onrechtmatige onttrekkingen tot een bedrag van € 41.023,23. Voor dat bedrag heeft gedaagde geen verklaring gegeven en de rechtbank kan niet vaststellen dat de onttrekkingen ten behoeve van erflaters zijn gedaan. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten omdat de vordering tot verdeling haar grondslag vooral vindt in het onrechtmatig handelen van gedaagde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen