Rb. Zeeland-West-Brabant 1 oktober 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6690

Beroep tegen verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een woning inclusief onderkeldering. Overgangsrecht Omgevingswet. Eiser vreest schade door de toekomstige bouwwerkzaamheden en stelt dat het college ten onrechte aannemelijk heeft geacht dat aan alle in het Bouwbesluit 2012 opgenomen voorschriften wordt voldaan. De rechtbank maakt uit het dossier op dat de aanvraag is onderbouwd met een uitgebreide ruimtelijke onderbouwing, inclusief de constructie en het Bouwbesluit 2012. Verder is voor de onderkeldering een uitvoeringsvoorstel opgesteld. Het college heeft al deze stukken voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit beoordeeld. In het uitvoeringsvoorstel is letterlijk aangegeven dat er voor de uitvoering nog dient te worden beschouwd wat het effect is van de in het uitvoeringsvoorstel opgenomen bronbemaling op de woning van eiser. Het uitvoeringsplan is geen werkplan en voorafgaand aan de start van de uitvoering zal de definitieve werkmethode worden bepaald, inclusief het opstellen van de benodigde berekeningen en tekeningen. Het college dient daarna het werkplan eerst goed te keuren, wat ook een toets inhoudt dat er door de bouwwerkzaamheden geen schade aan de naastgelegen panden ontstaat. De rechtbank acht dit in lijn met artikel 8.7 van het Bouwbesluit 2012 en het college heeft ter zitting toegezegd – mede gelet op het door eiser in beroep ingediende expertiserapport – dat het eiser ook zal betrekken bij de beoordeling van het bouwveiligheidsplan. De verleende omgevingsvergunning moet gedragen worden door al de hiervoor aangegeven stukken. Voor zover het college het bouwveiligheidsplan niet goedkeurt, resteert een omgevingsvergunning die feitelijk niet geëffectueerd kan worden. Onder verwijzing naar de uitspraak in ECLI:NL:RVS:2023:3292 wijst de rechtbank de wens van eiser om de gegevens – die bij de beoordeling van het bouwveiligheidsplan bekend worden – ook al bij de vergunningverlening te betrekken af. Artikel 2.7 van de Regeling omgevingsrecht is de grondslag voor de bepaling in een omgevingsvergunning dat bepaalde gegevens en bescheiden op een later moment worden overgelegd. Onder meer het bouwveiligheidsplan valt onder deze stukken. Naar het oordeel van de rechtbank maken de latere gegevens op basis van het bouwveiligheidsplan niet dat hierdoor het bestreden besluit ten onrechte is genomen. Een gefaseerde toestemming is mogelijk, waarbij geldt dat eiser – indien het college het bouwveiligheidsplan niet goedkeurt en vergunninghouder toch gaat bouwen – het college kan verzoeken om handhavend op te treden, bijvoorbeeld door een bouwstop af te kondigen. Naar het oordeel van de rechtbank is het college, op basis van de aanvraag en de overige stukken, er in het bestreden besluit terecht vanuit gegaan dat voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de in onder meer het Bouwbesluit 2012 opgenomen voorschriften. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken