Rb. Zeeland-West-Brabant 28 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6056
Werknemer, in dienst van een Kroatische werkgever, was in Nederland tewerkgesteld en is op staande voet ontslagen. Alleen de Kroatische rechtspersoon heeft als werkgever te gelden, omdat de rechtszekerheid zich in dit geval verzet tegen geruisloze vervanging van de bestaande verhouding van ingeleende werknemer tot inlener in een arbeidsovereenkomst. Het ontslag op staande voet wordt vernietigd omdat het ontslag niet onverwijld is verleend. Na “switch” werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend. Ook toewijzing van transitievergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en achterstallig loon. De regeling van betaling van loon tijdens arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte valt in de werkingssfeer van de Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (de Coördinatieverordening). Werknemer kan daarom geen aanspraak maken op doorbetaling van loon tijdens ziekte conform de Nederlandse regeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl