Rb. Zeeland-West-Brabant 31 juli 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5353

Gedaagde is de facturen voor het verblijven in een zorginstelling aan CAK verschuldigd op basis van de wet, zodat het verweer van gedaagde dat hji geen contract heeft gesloten met CAK niet opgaat. De vraag of de Wlz valt onder Maritiem/ Admiraliteitsrecht kan in het midden worden gelaten nu de Nederlandse wet op gedaagde van toepassing is, ongeacht hoe deze wordt gekwalificeerd. Gedaagde heeft verder tegen de proceskosten verschillende verweren gevoerd, welke niet slagen. Zo is het voor een conclusie van repiek niet vereist dat deze voorzien is van functie, naam en een natte handtekening. Het stuk is ondertekend en een geldig processtuk is. Ook de gemachtigde van eiser treedt niet onrechtmatig op. Eiser heeft de vrije keuze zich te laten bijstaan door een gemachtigde. De gemachtigde van eiser heeft zich gesteld en treedt daarom rechtsgeldig op. De deurwaarder handelt eveneens rechtmatig. Zij is op grond van de wet belast met het laten betekenen van de dagvaarding. Niet is gebleken dat dit op een onjuiste wijze is gebeurd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen