Rb. Zeeland-West-Brabant 4 januari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:46

Verzetvonnis in kort geding. In het verstekvonnis zijn de loonvordering en nevenvorderingen toegewezen. Werknemer heeft zich ziek gemeld en werkgever is op enig moment gestopt het loon door te betalen. De kantonrechter acht zich bevoegd de zaak te behandelen, nu de verstekzaak alleen om organisatorische redenen op een andere zittingslocatie is behandeld en de kantonrechter in het hele arrondissement van de rechtbank bevoegd is zaken te behandelen. Gedaagde in het verzet was in de verstekzaak ontvankelijk, nu zij geen deskundigenoordeel in het geding had hoeven brengen en een loonvordering per definitie spoedeisend is. De kantonrechter is tot slot van oordeel dat gedaagde in het verzet aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan. Het lag op de weg van de werkgever om een bedrijfsarts in te schakelen en hiertoe is zij niet overgegaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken