Rb. Zeeland-West-Brabant 12 juni 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4387

art. 5:44 BW / art 5:21 BW / art 6:162 BW / art 5:37 BW Eisende partij vordert om gedaagde partij te gebieden de takken van bomen en beplanting vanuit de tuin van gedaagde partij, die boven de tuin van eisende partij hangen, te snoeien. De vordering wordt afgewezen. Art. 5:44 BW en art 5:21 BW in samenhang met 5:44 BW bieden geen grondslag voor een gebod tot het snoeien van overhangende takken door de eigenaar. Onvoldoende is gesteld en ook niet is gebleken dat de overhangende takken zodanige hinder en/of schade opleveren dat sprake is van een onrechtmatige situatie in de zin van artikel 6:162 BW in samenhang met artikel 5:37 BW, die door de eigenaar van de bomen en beplanting zou moeten worden opgeheven. Evenmin is er op andere wijze sprake van onrechtmatig handelen. In het licht van de specifieke omstandigheden, is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van onrechtmatigheid in de zin van artikel 6:162 BW in samenhang met artikel 5:21 lid 1 BW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken