Rb. Zeeland-West-Brabant 24 januari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:341

De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur terecht de toepassing van de zogenoemde ‘eigenwoningvrijstelling’ maar deels heeft toegestaan op de schenkingen die belanghebbende in 2017 van haar vader heeft ontvangen. Omdat aan de herroeping van de schenking uit 2009 geen terugwerkende kracht toekomt, is het destijds gedane beroep op de eenmalig verhoogde vrijstelling in stand gebleven. Het goedkeurend beleid van de staatssecretaris (nr 2018D27453) maakt dat in dit geval niet anders. De inspecteur heeft namelijk onweersproken aangevoerd dat aan de herroeping in dit geval fiscale motieven ten grondslag lagen. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken