Rb. Zeeland-West-Brabant 23 februari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3011
Twee gevoegde zaken. In 'eerste' zaak vordering tot schriftelijke vastlegging van reguliere pachtovereenkomst toegewezen evenals verklaring voor recht dat verpachter toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichting het perceel vanaf 27 januari 2022, na vernietigen van buxusopstand, ter besschikking te stellen en te laten gedurende de looptijd van de pachtovereenkomst. Vordering perceel ter beschikking te stellen gedurende de duur van de pachtovereenkomst afgewezen omdat in 'tweede' zaak de vordering tot ontbinding wordt toegewezen. Vordering in 'tweede' zaak verklaring voor recht dat geen sprake is van pachtovereenkomsst afgwezen,, evenals vordering tot veroordeling van de pachter tot betqaling van de pachtprijs, artikel 7:322 lid 1 BW, vaststelling pachtprijs artikel 7:333 BW en ontbinding evenuele huurovereenkomst. Vordering voor recht te verklaring dat pachtovereenkomst is geëindigd door opzegging afgewezen, artikel 7:322 lid 1 BW, geen opzegging overgelegd die voldoet aan de artikelen 7:367 en 368 BW, geen vordering als bedoeld in artikel 7:379 lid 2 BW ingesteld. Vordering tot ontbinding pachtovereenkomst toegewezen. Geen bedrijfsmatige landbouw. Vordeirng tot schadevergoeding van verpachter afgewezen. Pachter had perceel niet onrechtmatig zonder rechtsgrond in gebruik. Geen misgelopen exploitatieopbrengst dedurende 2022 en 2023 omdat er sprake was van pacht. Vordering in reconventie van pachter to betaling van schadevergoeding in verband met vernietigen buxusopstand door verpachter afgewezen ondanks tekortkomen verpachter. Schade door pachter, gelet op het verweer van verpachter, onvoldoende onderbouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl